Moeilijke tijd voor vogels, zo help je ze een handje
In dit artikel:
Nederlandse tuinvogels hebben het zwaar nu sneeuw en vorst het land bedekken. Vogelbescherming Nederland waarschuwt dat de koude nachten – waarbij kleine vogels tot ongeveer 20% van hun lichaamsgewicht kunnen verliezen – hun energiereserves snel aanspreken. Om hun lichaamswarmte (rond 40°C) te behouden gebruiken vogels vetvoorraad en spiertrillingen; daardoor zijn ze ’s ochtends vaak trager en kwetsbaarder voor roofdieren. Daarom is een combinatie van extra voedsel en veilige schuilplaatsen belangrijk.
Timo Roeke van Vogelbescherming benadrukt dat vogels bij zonsopgang meteen moeten kunnen eten: “Zodra het licht wordt, moeten vogels direct eten om hun energievoorraad aan te vullen.” Praktische maatregelen zijn onder meer het vroeg vernieuwen van voer en water (liefst voor zonsopgang), het plaatsen van meer vogelhuisjes op veilige hoogte en het vrijhouden van een sneeuwvrij plekje in de tuin voor strooivoer. Bij vijvers kan het breken van ijs (ijsstampen) vogels helpen vocht op te nemen via ijsdeeltjes, maar bij waterkanten moet je extra opletten op tekenen van vogelgriep; ganzen, zwanen, eenden en meeuwen kunnen besmet raken, en bijvoeren trekt groepen aan die risico’s vergroten.
Hygiëne is belangrijk: voerbakken, voederhuisjes en silo’s regelmatig schoonmaken (bijvoorbeeld met kokend water) en water minstens wekelijks verversen. Keuzes voor geschikt voedsel: biologische tuinvogelvoeders, strooivoer, silovoer, ongezouten en ongebrande pinda’s in pindasilo’s, fruit en vetproducten (niet in de zon). Wat je nooit moet geven: gezouten producten zoals brood, melk, vetbollen of pinda’s in plastic netjes (gevaar voor verstrikking), boter/margarine (laxeert), gekookte restjes (bederven snel) en overmatig voeren omdat dat ongedierte en ziekteverspreiding bevordert.
Extra tip: laat bladeren liggen of schud ze om, zodat insecten en andere voedselbronnen beter zichtbaar worden. Met deze eenvoudige aanpassingen kunnen tuinbezitters vogels helpen de winterse periode veilig door te komen.