Zaaddonor Bert weet niet hoeveel kinderen hij heeft

zaterdag, 4 april 2026 (19:39) - Omroep Gelderland

In dit artikel:

Bert Wagenaar (62) uit Arnhem begon ongeveer twintig jaar geleden als spermadonor bij ziekenhuis Rijnstate, bewust niet anoniem omdat hij wilde dat nakomelingen hem later zouden kunnen vinden. Recent nieuws over misstanden bij fertiliteitsklinieken zet hem echter in een lastig daglicht: als donor wordt hij in het publieke debat soms gegeneraliseerd met schandalen, terwijl zijn motivatie was om wensouders en alleenstaande moeders te helpen.

Wagenaar doneerde meerdere keren per maand toen hij eind dertig was. Destijds gold een richtlijn van maximaal 25 nakomelingen per donor. In 2014 kreeg hij van Rijnstate te horen dat hij zo’n 25 nakomelingen had, maar dat nog negen vrouwen stonden te wachten om een kind van hem te krijgen; hij stemde toe omdat hij die gezinnen niet wilde teleurstellen. Toen hij vorig jaar via het College donorgegevens kunstmatige bevruchting (Cdkb) zijn eigen dossier kon inzien, bleek dat het aantal nakomelingen al eerder boven die grens had gezeten. Exacte aantallen verschillen: Rijnstate noemde 34, een van zijn donorkinderen 35, het Cdkb 38. Wagenaar heeft die onzekerheid losgelaten en legt de nadruk op het contact met de vier kinderen die al persoonlijk contact zochten; met één van die gezinnen ontstond zelfs een romantische relatie met de moeder.

Rijnstate erkent dat de administratie uit het verleden onvolledig is en zegt betrokkenen te informeren als nieuwe gegevens opduiken. In het donorbestand van Rijnstate staan 29 zogenoemde overschrijdingsdonoren: bij 18 daarvan zijn binnen Rijnstate meer dan 25 nakomelingen geregistreerd; 11 donoren overschrijden de grens op nationaal niveau omdat ze ook bij andere klinieken geregistreerd waren. Het ziekenhuis ziet op dit moment geen aanleiding voor aanvullend onderzoek en werkt volgens eigen zeggen samen met Fiom en het Cdkb om de dossiers te verbeteren.

De belangenvereniging Priamos (woordvoerder Peter van Geffen) waarschuwt dat fouten in de administratie tot onzekerheid en grote emotionele druk bij donoren, ouders en donorkinderen leiden. Priamos zegt dat er onduidelijkheden blijven over welke gegevens betrouwbaar zijn en wijst op gevallen waarin zaad naar andere klinieken is gegaan zonder gedegen registratie. Ook is bekend dat oud-gynaecoloog Alexander Schmoutziguer in ten minste één geval ivf-zaad als donorzaad gebruikte, zonder dat ouders daarvan op de hoogte waren; Priamos wil uitzoeken of dat vaker voorkwam en pleit voor aanvullend onderzoek naar Rijnstate en de administratie.

De zaak illustreert meerdere knelpunten: gebrekkige registratie uit het verleden, onduidelijke communicatie met donoren en mogelijke medische wanpraktijken — factoren die donorschap complex en beladen maken en ertoe kunnen leiden dat potentiële donoren afhaken. Voor Wagenaar persoonlijk wegen de contacten met zijn donorkinderen zwaarder dan het getal nakomelingen; hij houdt de deur voor hen open en noemt dat zijn verantwoordelijkheid.