Wilde bijen en zweefvliegen hebben het zwaar: 'Elke kleine roetbij is een hoera-moment: gelukkig ben je er nog'
In dit artikel:
In Eerbeek onderzoekt ecoloog Wouke Willemijn van Hees wilde bijen en zweefvliegen door ze te vangen, te determineren en te tellen. Soms helpen piepkleine uiterlijke kenmerken, maar het mannetje van de heidezandbij herkent ze zelfs aan een zoete geur die doet denken aan goedkope restaurantsnoepjes. Ook het verschil tussen bijen en zweefvliegen is vaak eenvoudig te zien: bijen hebben lange antennes, terwijl die van zweefvliegen klein en knopvormig zijn.
Van Hees maakt zich vooral zorgen over zweefvliegen, omdat hun aantallen sterker lijken af te nemen dan die van wilde bijen. In Gelderland hebben insecten last van verdroging, klimaatverandering en langdurige hitte. Vooral soorten die van water afhankelijk zijn, verkeren in moeilijkheden. De kleine roetbij, die normaal veel voorkomt, wordt dit jaar nauwelijks gezien en warmt door zijn zwarte kleur bovendien snel op.
Door droogte produceren planten minder nectar en stuifmeel, waardoor bloemen soms wel bloeien maar weinig voedsel leveren. Ook pesticiden vormen een gevaar: insecten kunnen die via bloemen binnenkrijgen, verzwakken en uiteindelijk sterven. Van Hees adviseert consumenten daarom vaker biologische voeding en biologisch gekweekte sierplanten te kopen.
Om de ontwikkeling van bestuivers beter te volgen, is binnen de Europese Unie een gezamenlijke monitoringsmethode ingevoerd. In Nederland zijn in 2025 tellingen gestart; vanaf 2027 moet de monitoring een belangrijke rol krijgen op 150 locaties. Langdurig vangen en tellen moet duidelijk maken welke soorten standhouden en welke steeds schaarser worden.
Vandaag Inside: Vandaag Inside-tafel staat stil bij afscheid Arno Vermeulen bij NOS: ‘Ga hem niet missen’