Wietproef in Nijmegen is één jaar bezig: 'De start is veelbelovend'
In dit artikel:
In Nijmegen loopt sinds een jaar de landelijke wietproef mee; coffeeshops mogen alleen cannabisproducten verkopen die afkomstig zijn van door de overheid geselecteerde telers. De proef moet laten zien of een gecontroleerde keten van productie tot verkoop praktisch haalbaar is en of dat openbare orde en volksgezondheid ten goede komt.
Coffeeshop De Kronkel, eigenaar Gilbert Esmeijer, noemt de start moeizaam maar inmiddels overwegend positief: aanvankelijk waren er tekorten en wisselende kwaliteit, maar dat is grotendeels opgelost. Esmeijer bezocht meerdere kweeklocaties en beschrijft het productieproces als “high-tech”, met strenge controles, track-and-trace en data-analyse van voeding; de kwaliteit van wiet en hasj noemt hij nu goed, al kan de smaak nog verbeteren.
Burgemeester Hubert Bruls is redelijk tevreden over het eerste jaar. Volgens hem functioneert de keten doorgaans goed en is er geen duidelijke toename van straatoverlast of illegale handel vastgesteld. De proef duurt vier jaar; pas daarna kunnen landelijke besluiten worden genomen. Bruls waarschuwt dat effecten op langere termijn — zoals meer onlinebestellingen of veranderingen in criminaliteit — nog moeten blijken.
Naast positieve signalen zijn er zorgen: buitenlandse ontwikkelingen, zoals Duitse legalisering met makkelijke online-aanbiedingen en receptopties, hebben geleid tot minder Duitse toeristen en omzetverlies. Lokale verkeersafsluitingen ’s avonds drukken eveneens de verkoop. Een belangrijk punt van zorg is het risico op kartelvorming: kapitaalkrachtige partijen zouden de hele keten kunnen proberen over te nemen, wat kleinere coffeeshops benadeelt die pas recent toegang tot bankzaken en pinbetalingen hebben gekregen. Esmeijer waarschuwt dat als de proef stopt en het oude systeem terugkeert, de samenleving de rekening betaalt via minder belastingopbrengsten, hogere repressiekosten en slechtere productkwaliteit voor consumenten.
Kortom: de proef toont veelbelovende technische en organisatorische vooruitgang, maar economische concurrentie en marktdynamiek blijven onzekerheden die nader onderzoek en politieke afwegingen vereisen.