Wat doet een natuurbrand met flora en fauna?
In dit artikel:
Een week na de grote heidebrand op het militaire oefenterrein van Artillerie Schietkamp ’t Harde begint de rook op te trekken en richten onderzoekers zich op de vraag hoe de natuur herstelt. Op de Veluwe — onder meer op de nabijgelegen Eder Heide, waar vorig jaar ook veel verbrandde — onderzoeken ecoloog Gijsbert Wamelink (Wageningen University) en Laura Zeeman (Amfibieën en Reptielen Werkgroep, KNNV) de effecten op bodem, planten en dieren.
Bij de Eder Heide is de zwarte grond inmiddels weer groen, maar de samenstelling veranderde: verbrande resten maken de bodem tijdelijk zeer voedselrijk, waardoor snelgroeiende grassen en pijpenstrootje de open plekken overnemen. Dat belemmert het terugkeren van heideplantengemeenschappen en verandert het landschap in een grasvlakte.
Die vegetatieverschuiving heeft directe gevolgen voor fauna. Reptielen als de gladde slang en de zandhagedis, die op de Veluwe kernpopulaties hebben, overleven vaak niet direct tijdens branden en vinden daarna te weinig voedsel en beschutting in de grasvlakten. Wamelink en Zeeman wijzen erop dat actief beheer nodig is om grasdominantie terug te dringen — bijvoorbeeld door begrazing met schapen — zodat heide weer kan opkomen en reptielen weer kansen krijgen.
Herstel vergt tijd: heide kan jaren tot een decennium nodig hebben om terug te keren, bosherstel en bomenleeftijd lopen in de tientallen tot honderden jaren. Er is wel een positief aspect: het wegbranden van strooisellaag kan de bodem weer openmaken en ruimte geven aan kiemende zaden, wat nieuwe vegetatie-opbouw mogelijk maakt. Conclusie van de onderzoekers: zonder gerichte natuurbeheermaatregelen bestaat het risico dat verbrand terrein structureel verandert en dat soorten die op heide afhankelijk zijn, in de regio achteruitgaan.