Voormalig Superboer nu gelukkig als trainer: 'De voetbalwereld moet weer van Vitesse gaan houden'
In dit artikel:
Sander Duits (42), tegenwoordig trainer van RKC Waalwijk en woonachtig in Harderwijk, streek vrijdagavond kort neer in het spelershome van De Graafschap in Doetinchem. Zijn terugkeer viel samen met een sportieve revanche: RKC won daar met 4-2, een uitslag die Duits extra deugd deed omdat De Graafschap hem ooit in Waalwijk met 4-1 had geklopt. Tijdens het bezoek blikte de geboren Puttenaar uitgebreid terug op zijn spelersjaren en lichtte hij zijn kijk op het trainerschap toe.
Duits debuteerde in 2002 bij De Graafschap en promoveerde er twee keer; de club blijft hem nauw aan het hart. Hij waardeert de lokale, volksachtige sfeer van het stadion en het spelershome — waar nog steeds bekende gezichten rondlopen — en hoopt dat De Graafschap uiteindelijk weer terugkeert naar de Eredivisie. Tegelijk erkent hij dat hij zelf niet het maximale uit zijn periode daar haalde: in zijn jonge jaren leefde hij niet strak genoeg als profspeler, iets wat zijn prestaties wisselvallig maakte. Een tweede kans kreeg hij bij Omniworld (nu Almere City), waar hij zichzelf herstelde en verder groeide.
Gedrevenheid bij Duits is niet financieel gekleurd; plezier en geluk staan voorop. Hij zegt geen clubhopper te zijn en weigert transfers waarbij alleen het salaris telt. Die waarden droegen ertoe bij dat hij al vroeg interesse kreeg in coaching: in Almere werd hij aanvoerder en begon hij met jeugdtraining. Als coach haalde hij veel uit samenwerking met ervaren collega’s: bij De Graafschap zag hij al vroeg de voetbalkennis van Peter Bosz, die hem debuteerde, en later leerde hij bij RKC en FC Twente veel over groepsmanagement van assistent Joseph Oosting.
Het trainerschap brengt volgens Duits veel verantwoordelijkheid en stress met zich mee. Als het sportief minder loopt, neemt hij dat persoonlijk mee naar huis en voelt hij de druk om oplossingen te vinden; hij werkt eraan beter los te kunnen laten als hij thuis is bij zijn gezin. Toch overheerst het plezier in het vak: zolang dat er is, ziet hij geen reden om te stoppen; als het plezier verdwijnt, zegt hij direct te zullen ophouden.
Ook sprak hij zijn zorgen uit over de problemen rond Vitesse, die hij nauwgezet volgde. Een grote club die zichzelf in verwarring brengt, moet volgens hem veel doen om het vertrouwen van de voetbalwereld terug te winnen. Kortom: Duits combineert warme herinneringen aan De Graafschap met kritische zelfreflectie over zijn eigen carrière en duidelijke principes als trainer: menselijk leiderschap, voetbalinhoudelijke kennis en werkplezier boven financiële motieven.