Zorgen om dieren, wanneer en hoe grijp je in?
In dit artikel:
Woensdag nam de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) 36 verwaarloosde honden in beslag bij een fokker in Gelderland nadat bleek dat de dieren slecht gehuisvest en verzorgd waren en sommige gezondheidsproblemen hadden. Bij een dergelijke vondst speelt een keten van instanties een rol: meldingen komen via de politie, omstanders of het landelijke meldnummer 144 van de Landelijke Inspectiedienst Dierenwelzijn (LID). De NVWA onderzoekt melding, bewaart bewijsmateriaal en kijkt onder meer naar het Unieke Bedrijfsnummer (UBN) van het bedrijf en naar regelgeving rondom dierenwelzijn.
Als norm hanteert men de vijf vrijheden van Brambell (vrij van honger en dorst; ongemak; pijn, verwonding en ziekte; angst en stress) maar beoordelingen blijven situationeel en realistisch toepasbaar, aldus NVWA-woordvoerders. De NVWA werkt samen met lokale BOA’s, GGZ, dierenartsen en andere specialisten; de organisatie heeft ook 25 eigen inspecteurs die steekproeven uitvoeren.
Na beslaglegging coördineert Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) de opvang: dieren komen in bewaring bij opslaghouders en vervolgens meestal naar asiels of gespecialiseerde opvang. Locaties worden bewust niet openbaar gemaakt om te voorkomen dat voormalige eigenaren de dieren terugkopen. In gevallen zoals nu, waarin enkele honden erg angstig waren, is gespecialiseerde behandeling nodig. Particuliere opvangadressen kunnen zich soms aanmelden bij de RVO, mits ze aan criteria voldoen.
De NVWA raadt toekomstige eigenaren aan zich goed te verdiepen vóór aanschaf: controleer de betrouwbaarheid van fokker of winkel, vraag naar de moederhond en het nest en zorg dat je de verzorgingsbehoefte van het dier kent. Uiteindelijk is voorkomen van verwaarlozing volgens de betrokken instanties beter dan gedwongen herplaatsing achteraf.