Van zwijnenhaar tot wolvendrol, de natuur zit vol sporen
In dit artikel:
Natuurgids Jannie Baan van Natuurcentrum De Ginkel neemt bezoekers op de Ginkelse Heide in Ede mee op pad om aan dierlijke sporen te lezen wie er rondloopt en wat ze doen. Op een vochtige ochtend laat ze zien hoe modderpoelen (zoelen) functioneren als eet- en koelmoment voor wilde zwijnen: na het eten van eikels zoeken ze met de snuit naar insecten om maagklachten door looizuur te verminderen — “Wij nemen een Rennie,” grapt ze. Na het badderen wrijven zwijnen zich tegen bomen, waardoor zwarte, gespleten haren achterblijven als duidelijk spoor.
Het terrein staat vol aanwijzingen: muizenholen, wildwissels en paden van hazen, reeën, herten, vossen en dassen. Nieuw en opvallend zijn wolvensporen; Baan wijst op een wolvendrol midden op het pad gevuld met haren en een sterke geur, een teken dat wolven steeds vaker in het gebied voorkomen. Daarmee illustreert ze hoe de dierenwereld verandert en hoe sporen inzicht geven in ecologische verhoudingen (wie prooi is, wie roofdier).
Baan geeft ook praktische tips voor mensen: laat geen papieren zakdoekjes achter in de natuur omdat die slecht vergaan; neem liever een klein stuk ongebleekt, ecologisch wc-papier mee in je jaszak. Ten slotte wordt de BuitenGewoon-podcast genoemd, waarin gesprekken met gidsen als Baan uitgebreider te horen zijn voor wie meer over sporen en natuur wil leren.