Van ijzersterke industrie naar volledig verval: 337 jaar aan ijzergieterijen ten einde
In dit artikel:
Langs de Oude IJssel ontstond vanaf 1689 een geconcentreerde gietijzerindustrie: in dat jaar opende in Gaanderen de eerste Nederlandse ijzergieterij, waarna in de eeuwen daarna nog zeven fabrieken volgden. Begin april ging de laatste van deze acht gieterijen failliet, waarmee een meer dan driehonderd jaar oude bedrijfstak in de regio feitelijk is verdwenen.
De keuze voor vestiging langs de Oude IJssel was niet toevallig: in de bodem zat ijzeroer, er was kalksteen, lokaal werd houtskool gewonnen voor de ovens en de rivier leverde waterkracht voor de blaasbalgen. Een bekend voorbeeld is DRU in Ulft, opgericht in 1754, dat uitgroeide tot de grootste werkgever in de streek. Halverwege de twintigste eeuw werkten er op het hoogtepunt meer dan 1.500 mensen bij DRU en was de rivier zelfs verlegd om de fabriek te bedienen. Traditioneel werkten gieterijen in een seizoensritme — de zogenaamde campagne van oktober tot mei — waarin dag en nacht werd gewerkt zodra de waterstanden het toelieten.
Het vak was zwaar maar generatieslange loyaliteit was gebruikelijk: kennis ging van vader op zoon, werkgevers zorgden vaak voor huizen en dorpsopbouw rond de fabrieken. Concurrentie tussen de bedrijven was relatief beperkt; er bestonden onderlinge afspraken over lonen en arbeidsmobiliteit.
Technische vernieuwing zette de industrie aanvankelijk in een stroomversnelling: gietijzer maakte massaproductie met mallen mogelijk en vanaf de negentiende eeuw brachten stoommachines onafhankelijkheid van de rivier. Rond 1965 telde de regio echter nog circa 4.500 werknemers in de gieterijsector. Daarna zette de neergang in: roestvrij staal en kunststof namen marktaandeel over, vaklieden en fabrieken ondervonden druk door concurrentie uit lageloonlanden (met importen uit bijvoorbeeld China die tot zo’n 60% goedkoper konden zijn) en strengere milieueisen verhoogden kosten. Vanaf de jaren zeventig vielen de eerste gieterijen om; in het afgelopen halfjaar gingen ook Gieterij Doesburg en Vulcanus in Langerak failliet.
Hoewel de traditionele gieterijen vrijwel verdwenen zijn, leeft de nalatenschap voort — zowel in bedrijven die zijn voortgekomen uit de gietindustrie, zoals ATAG (gestart in 1948 en uitgegroeid tot multinational), als in museale en educatieve initiatieven op locaties als het DRU-terrein. Lokale betrokkenen hopen dat zulke plekken behouden blijven om het vakmanschap en de industriële geschiedenis van de Oude IJssel toegankelijk te houden voor nieuwe generaties. Op 16 juni verschijnt een uitgebreide reportage over deze opkomst en ondergang in GLD DOC.
Vandaag Inside Oranje: Van Hecke over jeugdclubs die geld verdienen aan transfer: 'Arnemuiden schiet helaas net te kort'