Stefano (6) gaat spelen en komt nooit meer thuis: is moeder van vriendje verantwoordelijk?

dinsdag, 31 maart 2026 (21:39) - Omroep Gelderland

In dit artikel:

Op 22 juli 2024 verdronk de zesjarige Stefano tijdens een uitstapje naar een recreatieplas bij vakantiepark ’t Loo op de Veluwe. Het jongetje uit Wapenveld stond nog op een wachtlijst voor zwemles en droeg geen zwembandjes. Die middag had een 31‑jarige vrouw uit hetzelfde dorp vier kinderen (twee zessen en twee zevenjarigen) meegenomen naar het ondiepe, troebele natuurwater om te spelen. Stefano was bij het vertrek van zijn moeder meegegaan naar het vriendje; zijn moeder zegt dat ze had gevraagd om armbandjes omdat hij niet kon zwemmen en erop vertrouwde dat de vrouw voor hem zou zorgen. De vrouw verklaarde later dat zij niet wist dat Stefano geen diploma had en dat ze daar op dat moment niet aan had gedacht.

Terwijl de vrouw twee kinderen hielp aankleden, raakte ze de andere twee uit het oog. Toen ze terugkeerde, zag ze dat Stefano “plotseling in het water verdween” en kon hem niet meer vinden. Een omstander ontdekte het jongetje in het water; hij werd gereanimeerd en overgebracht naar het ziekenhuis, maar overleed acht dagen later aan de gevolgen van verdrinking.

Openbaar Ministerie in Zutphen beschuldigt de vrouw van dood door schuld en eist een werkstraf van 180 uur. De officier van justitie benadrukte dat extra alert toezicht geboden is bij natuurwater vanwege onregelmatige bodem en troebelheid, en dat iemand die toezicht houdt moet weten waar de kinderen zijn. Meerdere getuigen zouden hebben gehoord dat de vrouw wél wist dat Stefano geen zwemdiploma had. De verdediging betoogt dat de vrouw naar behoren handelde en wijst op de ingrijpende persoonlijke gevolgen die zij en haar gezin ondervinden; zij meldt bedreigingen en dat haar eigen kind het nog dagelijks moeilijk heeft.

De rechtbank boog zich dinsdag over de vraag of haar toezicht tekortschiet; de uitspraak volgt over twee weken. Context: bij verdrinkingsgevallen wegen Nederlandse strafrechtelijke beoordelaars of er sprake is van verwijtbare nalatigheid bij toezicht.