Ook toen hadden we een energietransitie (maar niemand noemde dat zo)
In dit artikel:
In de dorpsfilm van 1962 over Terwolde komt een verdwenen levenswijze duidelijk naar voren: verwarming met steenkool. Het dorp had nog twee actieve kolenboeren met een vaste klantenkring, op het moment dat in Nederland de omslag naar aardgas net op gang kwam (de gasbel bij Slochteren was in 1959 ontdekt).
Steenkool was vanaf het begin van de 20ste eeuw wijdverbreid geworden, vooral na de vondst van grote steenkoollagen in Zuid-Limburg en de oprichting van staatsmijnen. In Limburg leverde die periode langdurige economische voorspoed op; steenkool werd daar zelfs als waardevol gezien. Tegelijk bracht kolenstoken praktische ongemakken: een kolenhok voor de wintervoorraad, zwaar werk voor kolenleveranciers, en de kunst van het stoken met zorgen over trek, rook en roet. Alleen rond kachel of fornuis was het echt behaaglijk; overige kamers bleven vaak koud en beslagen.
De bloeitijd van de Limburgse mijnen hield echter geen stand. De vondst van de enorme gasbel onder het land van boer Boon en de concurrentie van goedkope ingevoerde steenkool versnelden de neergang. In 1965 maakte minister Joop den Uyl bekend dat de Limburgse mijnen zouden sluiten. De omschakeling naar aardgas ging snel: binnen enkele jaren werden duizenden kilometers leidingen aangelegd en het grootste deel van de woningen aangesloten (eerst circa 80 procent, later zelfs rond 98 procent). Net als nu waren er destijds zorgen over kosten en betrouwbaarheid van de nieuwe energiebron; de regering ging aanvankelijk zelfs uit van een toekomstige rol voor kernenergie.
De Terwolde-aflevering is te zien in de tv-reeks Ons Dorp, die elke zondag om 17.15 uur wordt uitgezonden en daarna ieder uur wordt herhaald.