Donaties Nijmeegse voedselbank lopen terug, maar kosten zijn hoger
In dit artikel:
Voedselbank Nijmegen-Overbetuwe vraagt de gemeente om meer structurele steun omdat de organisatie te maken heeft met stijgende kosten, dalende donaties en minder vrijwilligers. In een brief aan het college van B&W verzoekt het bestuur om de jaarlijkse subsidie op te trekken van 50.000 naar 75.000 euro. Die subsidie is bedoeld voor zakelijke lasten zoals huur, energie en transport; de voedselbank heeft zelf geen betaalde medewerkers en draait volledig op vrijwilligers.
Wekelijks bedient de voedselbank ongeveer 750 huishoudens—in totaal rond de 1.900 mensen, waarvan circa 550 kinderen. In 2024 opende de organisatie een eigen supermarkt in winkelcentrum Dukenburg, een initiatief dat zij uit eigen vermogen hebben gefinancierd. Klanten waarderen de supermarkt omdat zij daar zelf producten kunnen kiezen, wat bijdraagt aan hun eigenwaarde. Daarnaast zijn er vijf uitgiftepunten. Ongeveer 300 vrijwilligers zijn wekelijks actief in uiteenlopende taken; de voedselbank omschrijft zichzelf als een groot logistiek bedrijf dat op vrijwilligers draait.
Tegelijkertijd slinken de financiële reserves doordat donaties in geld en voedsel teruglopen en donoren kritischer zijn op hun uitgaven. Ook het aanbod via het landelijke distributienetwerk neemt af doordat producenten minder overschotten beschikbaar stellen. Technische problemen vergroten de druk: de koel- en vriesinstallatie in de loods is verouderd en verbruikt veel stroom, waardoor investeringen nodig zijn om te verduurzamen ondanks dat er zonnepanelen aanwezig zijn.
De voedselbank werkt aan nieuwe fondsenwervingsinitiatieven en vrijwilligerswerving, maar wil met extra gemeentelijke steun voorkomen dat er op de kwaliteit en de inkoop van gezond voedsel moet worden bezuinigd. Algemeen speelt dit probleem ook bij andere voedselbanken, die door veranderende donatiepatronen en hogere energiekosten vaker gemeenten om aanvullende ondersteuning vragen.