Minister draait (weer) terug: klinieken mogelijk toch aansprakelijk voor te veel donorkinderen
In dit artikel:
Minister Sophie Hermans trekt haar eerdere uitleg terug dat de oude grens van maximaal 25 kinderen per spermadonor louter een vrijblijvend advies zou zijn geweest. In een Kamerbrief zegt ze dat die uitleg niet had mogen ontstaan: de afspraak uit 1992 was volgens haar een gezaghebbend en breed gedragen norm. Die nuancering komt nadat begin april felle kritiek ontstond van donoren, donorkinderen en Kamerleden, omdat die eerdere interpretatie de indruk wekte dat klinieken die de grens hadden overschreden mogelijk buiten juridische verantwoordelijkheid zouden blijven.
Achtergrond is dat sommige vruchtbaarheidsklinieken, onder wie ziekenhuis Rijnstate, historisch vaker zaaddonoren gebruikten dan volgens de oude afspraak was toegestaan. Rijnstate heeft in het donorbestand 29 zogeheten overschrijdingsdonoren; van die groep hebben 18 donoren binnen Rijnstate meer dan 25 nakomelingen, elf donoren overschreden de grens omdat zij ook bij andere klinieken als donor stonden. Landelijk zijn zeker 85 van dergelijke massadonoren bekend.
De herstelde uitleg levert politiek en juridisch belangrijke duidelijkheid op. Advocaat Mark de Hek — die eerder betrokken was bij rechtszaken rond misstanden in fertiliteitszorg — benadrukt dat beroepsregels veel gewicht hebben bij de vraag of een arts aansprakelijk kan worden gesteld; dat de norm van 25 kinderen “helder” was, maakt volgens hem aanspraak op aansprakelijkheid denkbaar. Het ministerie geeft echter geen nadere toelichting en wil niet zeggen of deze nieuwe lezing zal leiden tot (nieuwe) juridische stappen tegen klinieken.
Belangenorganisaties reageren opgelucht maar kritisch: belangenplatform Priamos spreekt van een grote opluchting, terwijl Stichting Donorkind de brief als veel beleidsjargon omschrijft maar erkent dat de boodschap nu helder is: de oude grens was niet zomaar vrijblijvend. Wat de Kamerbrief concreet betekent voor slachtoffers en eventuele vervolgingen blijft onduidelijk zolang het ministerie geen vervolgactie aankondigt.