Landelijke pilot noodsteunpunten van start: 'Weten organisaties elkaar te vinden?'
In dit artikel:
Een landelijke pilot voor zogenoemde noodsteunpunten is van start gegaan. Bijna zeventig gemeenten in alle veiligheidsregio’s doen mee, waaronder gemeenten in de drie Gelderse veiligheidsregio’s. Het doel van de steunpunten is om inwoners fysiek te helpen bij grootschalige en langdurige uitval van essentiële voorzieningen — denk aan dagenlange stroomstoringen of vervuild of weggevallen drinkwater — en te onderzoeken welke taken zo’n locatie moet vervullen.
Het project, opgezet door het Nederlands Instituut Publieke Veiligheid (NIPV), loopt in meerdere blokken verspreid over 2026. Het eerste blok, “De Basis”, draait nu en onderzoekt de minimale functionaliteit van noodsteunpunten en hoe die de weerbaarheid van gemeenschappen versterken. In april begint het tweede blok, dat vooral focust op informatievoorziening en communicatie. De pilot moet eind 2026 / begin 2027 leiden tot een concreet advies.
Vier centrale vragen sturen het onderzoek: welke uitgangspunten, middelen en personele inzet zijn nodig; hoe wordt betrouwbare informatie en communicatie geregeld; welke rol spelen maatschappelijke initiatieven en burgerhulpverlening; en hoe waarborg je continuïteit bij langdurige crises. Ook wordt getest of medewerkers van gemeenten, politie, veiligheidsregio’s en andere partijen elkaar kunnen vinden, of zij weten waar kwetsbare inwoners wonen en hoe bijvoorbeeld schoon drinkwater geregeld kan worden.
Voor elke veiligheidsregio moeten minimaal één landelijk steunpunt, één stedelijk steunpunt en een coördinatiepunt bestaan. In Noord- en Oost-Gelderland zijn dat onder meer Nunspeet (landelijk), Harderwijk (stedelijk), Speuld (buurtschap), Aalten (platteland/grensgebied) en een regionaal coördinatiepunt in Apeldoorn. In Gelderland-Zuid zijn onder meer Nijmegen, Tiel, West Maas en Waal, Beuningen en Heumen aangewezen; Gelderland-Midden staat nog in de startfase en neemt hierover in april een besluit.
Burgemeester Ton Heerts (Apeldoorn) benadrukt dat het oefenen met echte uitvalscenario’s noodzakelijk is om te leren wie nodig is en hoe lokale netwerken en professionele hulp elkaar aanvullen.