Jaar na verwoestende stadsbrand in Arnhem blikt brandweer terug
In dit artikel:
Brandweerman Toine Knipping herinnert zich de nacht van 5 op 6 maart als een lange, intensieve inzet: zijn dienst begon ’s ochtends vroeg, de avond ervoor had hij al bij een andere grote brand gewerkt, en rond 04.00 uur werd zijn ploeg opgeroepen voor een uitslaande brand in het historische centrum van Arnhem. Als één van de eersten ter plaatse stelde Knipping vast dat het vuur op de begane grond volledig ontwikkeld was en dat er op de verdiepingen dikke, zwarte rook hing; naar binnen gaan was volgens hem onverantwoord.
Het vuur verwoestte een heel blok met woningen en winkels. Het Openbaar Ministerie bracht enkele dagen later drie verdachten in verband met het incident: Koert H., Mark V. en Ricky N. worden ervan verdacht papier en karton in brand te hebben gestoken op een rolcontainer, waarna het vuur oversloeg op onder meer de winkel van SoLow in de Jansstraat en zich razendsnel verspreidde.
De smalle Varkensstraat maakte de inzet complex. Knipping legde de prioriteit bij het vrijhouden van ruimte voor de hoogwerker en bij het in veiligheid brengen van bewoners. Omdat oudere panden niet duidelijk laten zien waar woningen liggen en veel mensen in een druk stadsgebied slapen met oordopjes of koptelefoon, was het lastig bewoners te wekken; toch werden uiteindelijk iedereen geëvacueerd zonder verwondingen. Het blussen zelf vergde veel energie en inzet: de brandweer moest snel opschalen om overslag te voorkomen en werkte urenlang door, ook nadat Knippings dienst formeel afliep.
Een jaar later kijkt Knipping weinig terug, maar voelt nog de impact van de aandacht en van wat zijn ploeg heeft bereikt. Hij noemt de inzet een bijzondere prestatie, maar ziet ook het blijvende litteken in de stad: gevels die zijn weggehaald en een stuk Arnhemse geschiedenis dat verloren ging.