Hoger beroep moeder van dode baby Sem begint
In dit artikel:
Woensdag vindt bij het gerechtshof in Arnhem de eerste zitting in hoger beroep plaats tegen een 43‑jarige vrouw uit Doetinchem die eind 2024 door de rechtbank vijf jaar cel kreeg voor de doodslag op haar pasgeboren zoon Sem. Het kind werd in januari 2006 door spelende kinderen vastgevroren aangetroffen in een rietkraag; politieonderzoek wees volgens het OM uit dat het slachtoffer zware, opzettelijke hoofdwonden had gekregen en vervolgens in ijskoud water was gelegd of gegooid.
De zaak lag jarenlang open totdat een grootschalig, publiek onderzoek leidde tot een doorbraak: in 2022 deed een voormalige collega een tip, waarna DNA‑onderzoek aantoonde dat de verdachte de moeder van Sem is. Ze werd daarop aangehouden en later vervolgd. In het strafproces stelde de vrouw steevast dat ze zich niets kon herinneren van zwangerschap, bevalling of wat daarna gebeurde. De rechtbank verwierp dat geheugenverlies op basis van deskundigenrapporten als aannemelijk en oordeelde dat genoeg bewijs bestond dat zij betrokken was bij het doden en achterlaten van het kindje, mede omdat het lijk op loopafstand van haar woning werd gevonden.
De verdediging is fundamenteel van mening dat de bewijsopbouw tekortschiet: volgens hen staat alleen vast dat hun cliënte de moeder is en dat het kindje kort na de geboorte is overleden, niet dat zij de dader is. Zij betwijfelen ook de conclusies over haar geheugenverlies en haar volledige toerekeningsvatbaarheid. Woensdag is een voorbereidende zitting; de inhoudelijke verdediging en eventuele deskundige discussies volgen later. De vrouw zegt dat haar leven sindsdien zijn glans heeft verloren en geeft nog geen verklaringen over de vragen uit het onderzoek.