Van 2,13 tot 2,55 euro: dit is waarom brandstofprijzen zo verschillen
In dit artikel:
Tussen tankstations kunnen flinke prijsverschillen zitten: in het voorbeeld uit het artikel tankt de ene collega in Aalten voor €2,13 per liter, terwijl iemand in Apeldoorn €2,55 betaalt — een verschil van zo’n €0,42. Die variatie ontstaat vooral doordat pomphouders zelf de uiteindelijke prijs bepalen, meestal door korting te geven op de landelijke adviesprijs van oliemaatschappijen.
De ruimte om korting te geven hangt van meerdere locatiegebonden factoren af: afstand en transportkosten vanaf het depot, lokale concurrentie, en de exploitatiekosten van het station (huur, personeel, onderhoud en aanwezigheid van een shop). Over de totale prijs komt bovendien 21% btw, wat het uiteindelijke bedrag aan de pomp verhoogt. Dat verklaart waarom een onafhankelijk dorpsstation vaak goedkoper kan zijn dan een tankstation langs de snelweg: zelfstandige ondernemers in dorpen hebben doorgaans lagere kosten en meer speelruimte in de prijsstelling.
Tankstations langs snelwegen volgen vaker de landelijke adviesprijzen en hebben minder marge om te verlagen. Daar tellen hogere huurkosten, de verplichting tot extra voorzieningen en personeel, en concessies van Rijkswaterstaat mee — alles wat de prijs opdrijft. Binnen ketens kan het systeem weer anders werken: franchisehouders gebruiken de brandstofformule van een grote oliemaatschappij en zitten meestal dicht bij de adviesprijs, maar onbemande ‘Express’-stations zonder winkel en service liggen vaak lager in prijs.
Kort samengevat: brandsstofprijzen verschillen door een mix van sectorafspraken (adviesprijzen), lokale bedrijfskosten en concurrentiepositie. Voor consumenten betekent dit dat tanken buiten snelweglocaties en bij onbemande stations vaak goedkoper uitvalt.