Het seizoen van NEC: vol op de aanval en open huis achterin
In dit artikel:
NEC Nijmegen heeft met ongekend aanvallend voetbal een bijzonder seizoen achter de rug en eindigt als derde in de Eredivisie, goed voor de voorronde van de Champions League. Onder trainer Dick Schreuder speelde de club vanaf het begin met een systeem met drie achterin en zeer aanvallende vleugels; de coach eiste veel discipline en fitheid, waardoor spelers die dat niet niveau haalden, zoals Sontje Hansen, vertrokken.
De seizoensstart was spectaculair: na drie duels stond NEC bovenaan met een doelsaldo van 12-1. Er traden al snel sleutelspelers naar voren: aanvoerder Tjaronn Chery en routinier Bryan Linssen zorgden voor doelen en pressing, Kodai Sano domineerde het middenveld, Sami Ouaissa en Basar Önal leverden dreiging vanaf de flanken en Philippe Sandler bracht rust achterin.
Het seizoen kende extremen: hoge scorepartijen (zoals het 3-5 spektakel tegen PSV) en onverwachte nederlagen (Fortuna Sittard, Heerenveen). Toch boekte NEC ook grote overwinningen—onder meer 2-4 bij Feyenoord en 2-1 tegen AZ—en vocht zich naar de subtop. In de KNVB-beker bereikte NEC de finale na een roemruchte halve finalezege op PSV, maar in de bekerfinale tegen AZ liep het fout: een pijnlijke 5-1 nederlaag.
De tweede seizoenshelft kende ups en downs; nederlagen tegen FC Utrecht en Fortuna zorgden voor onzekerheid, maar ploeg en staf herpakten zich. In de beslissende thuiswedstrijd tegen Go Ahead Eagles maakte NEC het spannend maar hield het stand, terwijl concurrent FC Twente verlies leed—waardoor NEC het seizoen op de derde plaats afrondde.
Kortom: Schreuders risicovolle, offensieve speelstijl leverde veel spektakel, wisselvalligheid en uiteindelijk Europees voetbal op.