Gelderse patiënt is niet overal even snel aan de beurt
In dit artikel:
Wachttijden voor planbare zorg verschillen sterk tussen ziekenhuizen en behandelcentra in Gelderland, blijkt uit een analyse van NZa-gegevens door de NOS en regionale omroepen. Omroep Gelderland zoomde in op vier veelvoorkomende klachten: een verdacht plekje op de huid, spataderen, een liesbreuk en staar. De cijfers zijn een momentopname (peildatum onder andere 28 april) en kunnen per week wisselen.
Liesbreuk: het Slingeland Ziekenhuis in Doetinchem had op 28 april de kortste wachttijd van de onderzochte instellingen: 21 dagen. In Tiel (Ziekenhuis Rivierenland) was dat 66 dagen en bij Rijnstate in Zevenaar 72 dagen. Zelfstandig behandelcentrum Heelkunde Instituut in Rozendaal bood de snelste optie: tien dagen.
Verdacht plekje op de huid: het Canisius Wilhelmina Ziekenhuis (CWZ) in Nijmegen scoorde het beste met circa vijf dagen wachttijd. In veel andere instellingen in de provincie duurt het vaak langer dan 25 dagen voordat een dermatoloog kijkt. Radboudumc-hoogleraar dermatologie DirkJan Hijnen wijst op een structurele drukstijging: meer reizen en zonblootstelling, betaalbare zonvakanties en thuis-zonnebanken hebben geleid tot meer huidtumoren en daarmee toenemende druk op de dermatologische zorg.
Staar: bij Gelre Ziekenhuizen (Apeldoorn en Zutphen) bedroeg de wachttijd voor een staarafspraak op de peildatum 56 dagen.
Spataderen: hier vallen privéklinieken erg gunstig uit. Optimum Clinics in Oosterbeek meldde een wachttijd van twee dagen, Waalkliniek in Duiven zes dagen en U-Clinic in Hattem tien dagen. Patiënten die voor behandeling bij de Gelre Ziekenhuizen terechtkomen, wachten vaak ongeveer twee maanden.
Ziekenhuizen benadrukken waarom hun wachttijden soms langer zijn: zij houden capaciteit vrij voor acute zorg, behandelen complexere of zwakkere patiënten en moeten meer tijd per patiënt rekenen. Die kenmerken maken planningsfluctuaties mogelijk. Daarnaast bestaan Treeknormen als richtlijnen: doorgaans maximaal 28 dagen voor een poliklinische afspraak en 49 dagen voor behandeling of operatie; sommige specialismen zitten hier onder, andere erboven.
Regionale ziekenhuizen erkennen het probleem. Rijnstate zegt de stijgende wachttijden te zien omdat de instroom groter is dan de beschikbare capaciteit en geeft aan dat urgente gevallen altijd voorrang krijgen. Patiënten kunnen volgens Rijnstate en andere ziekenhuizen ook hun zorgverzekeraar raadplegen om te onderzoeken of elders sneller zorg mogelijk is.
Slingeland legt uit dat het verschil deels komt door planmatig werken: sinds 2019 gebruikt het ziekenhuis integrale capaciteitsplanning en voorspellingen op basis van historische data om zorgtrajecten en operatiecapaciteit efficiënter in te richten — bijvoorbeeld door meerdere liesbreuken achter elkaar in te plannen — waardoor wachttijden beperkt blijven.
Kort gezegd: wie snel geholpen wil worden bij bepaalde electieve ingrepen of behandelingen kan bij zelfstandige behandelcentra vaak sneller terecht, terwijl algemene ziekenhuizen door spoedzorg en complexere casuïstiek vaker langere wachttijden kennen.