Waarom heeft juist Gelderland zo veel kastelen?

zondag, 16 augustus 2026 (12:39) - Omroep Gelderland

In dit artikel:

Deze zomer openen veel kastelen en buitenplaatsen in Gelderland hun deuren. De provincie heeft de grootste concentratie historische kastelen van Nederland. De eerste Gelderse kastelen verschenen rond 1100, vaak als versterkte torens op natuurlijke of kunstmatig aangelegde heuvels, zogenoemde mottekastelen. Van veel vroege bouwwerken zijn alleen sporen over, zoals bij Huis Bergh en de Motte van Montferland bij Zeddam.

De grote kastelen ontstonden vooral tijdens de machtige periode van de graven en hertogen van Gelre. Zij gebruikten kastelen als bestuurscentra, woonplaatsen en verdedigingswerken. Daarom stonden ze vaak op strategische locaties, onder meer langs de grenzen van het Gelderse gebied en in het Rivierengebied. Kastelen als Heusden, Ammersoyen en Slot Loevestein versterkten die machtspositie. Gelderse bestuurders steunden bovendien edelen buiten hun eigen grondgebied bij de bouw van kastelen, in ruil voor gebruiksrechten. Zo breidden zij hun invloed uit naar onder meer Utrecht en Brabant.

De combinatie van water, vruchtbare grond en een ligging tussen machtsgebieden maakte Gelderland geschikt voor kastelen. Toch is vooral het behoud ervan bepalend geweest. In andere provincies verdwenen veel kastelen door sloop en nieuwe bouwprojecten, terwijl er in Gelderland meer ruimte was om ze te bewaren. Een kasteel verenigt doorgaans de verdedigende functie van een burcht met het wooncomfort en de uitstraling van een paleis; een paleis zelf hoeft geen militaire kenmerken te hebben.

In de middeleeuwen waren hoge muren, torens en grachten bedoeld om aanvallers tegen te houden. Vanaf ongeveer 1550 maakten verrijdbare kanonnen deze verdediging grotendeels achterhaald. Ook versterkte steden, zoals Arnhem, Nijmegen, Elburg, Groenlo en Zaltbommel, namen de militaire rol over. Vanaf de zestiende en zeventiende eeuw werden kastelen daarom steeds vaker verbouwd tot comfortabele en indrukwekkende woningen. Sommige, zoals Babberich, Ampsen en Wisch, werden volledig afgebroken en als landhuis herbouwd; Middachten kreeg een ingrijpende modernisering.

Vanaf de zeventiende eeuw verrezen daarnaast buitenplaatsen zoals Huis Zypendaal en Huis Staverden. Hoewel ze vaak kastelen worden genoemd, waren ze later gebouwd en hadden ze geen militaire functie. Hun aanleg en inrichting weerspiegelen soms de koloniale geschiedenis, omdat de financiering geheel of gedeeltelijk uit koloniale inkomsten kwam. In de negentiende eeuw kregen sommige landhuizen opnieuw torens en kantelen. Rijke burgers wilden daarmee een adellijke, middeleeuwse afkomst uitstralen, zoals bij Kasteel Scherpenzeel en Kasteel Rossum.

BEKIJK OOK:

De Oranjezomer: Noa Vahle zet vraagtekens bij transfer Mika Godts naar Paris Saint-Germain