Friso van Doesburg pleit voor verdragen en vertragen in de jeugdzorg

maandag, 16 maart 2026 (20:38) - Reformatorisch Dagblad

In dit artikel:

Friso van Doesburg (35) uit Deventer, bekend van zijn memoires Uit huis (2019), publiceert deze week Grondhouding, een pleidooi voor een fundamentele koerswijziging in de Nederlandse jeugdhulp. Uit zijn persoonlijke geschiedenis — uit huis geplaatst op elfjarige leeftijd omdat zijn psychisch kwetsbare moeder het niet redde — put hij zowel kritiek als praktijkvoorstellen. De kern van zijn betoog: niet methodieken, technieken of procedures moeten de hoofdfocus zijn, maar de grondhouding van hulpverleners.

Van Doesburg stelt dat de jeugdhulp te veel naar het verleden en naar tekortkomingen kijkt; hulp zou zich moeten richten op de toekomst, op talenten en op de oorzaken van gedragsproblemen. Emoties ziet hij niet als problemen om te elimineren maar als signalen van onderliggende behoeften. Zijn motto is kort samen te vatten als "verdragen en vertragen": eerst rustig luisteren en verdragen, daarna vertragen en pas zoeken naar de oorzaak en passende steun in plaats van snelle interventies of medicatie.

Hij noemt meerdere factoren die volgens hem de mentale gezondheid van jongeren hebben doen verslechteren: de druk van sociale media en het ideaalbeeld dat die voorschotelen, slechte voeding en energiedranken, vroege blootstelling aan wereldwijde crises (zoals klimaat- en oorlogszorgen), veel scheidingen met loyaliteitsconflicten en het algemene tempo van de moderne samenleving. Neuroscience ondersteunt volgens hem hoe die spanning het lichaam beïnvloedt en gedrag verklaart.

Van Doesburg bekritiseert de neiging tot medicaliseren en labelen (autisme, ADHD e.d.) en pleit ervoor eerst naar de gezinssituatie en leefomgeving te kijken en die waar mogelijk te versterken. Hij ervaart dat veel professionals wel degelijk willen helpen maar worden beperkt door het systeem: regels, resultaatmetingen en een wirwar van specialisten die elk hun eigen visie hebben. Die systeemdruk maakt het moeilijk om eenvoudig, relationeel en contextgericht te werken.

Praktisch wil hij professionals trainen in deze grondhouding; zijn combinatie van ervaringskennis en scholing roept bij instanties steeds meer belangstelling op. Van Doesburg benadrukt ook het belang van zelfkennis bij hulpverleners: wie zijn eigen triggers kent en emotioneel evenwichtig is, kan jongeren beter verdragen en begeleiden. Hij ziet de rol van de hulpverlener liever als die van een ‘metgezel met kennis’, niet als afstandelijke expert.

Politiek pleit hij voor meer investering in het voorliggende veld — praktische ondersteuning in de leefomgeving (zoals schuldenhulp) om doorverwijzing naar specialistische zorg te voorkomen. Zijn oproep is helder: verander de houding, vertraag de antwoorden en versterk gezinnen, dan neemt de noodzaak voor veel zware interventies af.