Een dodelijk ongeluk: wat doet de politie dan?
In dit artikel:
In de afgelopen weken overleden meerdere mensen bij verkeersongevallen in Gelderland. De politie lichtte nabestaanden snel in en legt uit hoe zij daarbij te werk gaat.
Direct na een melding verschilt de aanpak per soort incident (verkeer, arbeid etc.), maar prioriteiten zijn altijd hulpverlening, vaststellen van de identiteit, informeren van nabestaanden, het veiligstellen van sporen en het regelen van afzetting en verkeer. Identiteitsvaststelling begint vaak met een gevonden identiteitsbewijs, maar kan verder lopen via uiterlijke kenmerken, voertuigregistraties, DNA of tandheelkundig onderzoek.
Als nabestaanden niet direct bereikbaar zijn of in het buitenland verblijven, probeert de politie contact te leggen via alle beschikbare wegen, eventueel in samenwerking met politie in het betreffende land. Wie als nabestaande geldt, hangt per zaak af (familie, geregistreerde partner e.d.). De politie gebruikt daartoe gegevens uit de Basisregistratie Personen (BRP) via hun politiesysteem om te achterhalen wie geïnformeerd moet worden.
Agenten krijgen tijdens de Politieacademie en later in de praktijk begeleiding in het voeren van slecht-nieuwsgesprekken. Waar mogelijk vindt de melding persoonlijk plaats, bijvoorbeeld met een bezoek aan huis; als dat niet kan wordt telefonisch of anderszins contact gezocht. Bij ernstige incidenten kan een vaste familieagent worden toegewezen als aanspreekpunt voor vragen over wat er is gebeurd en het vervolg.
Openbare communicatie volgt doorgaans bij dodelijke incidenten of gevallen met grote maatschappelijke impact, en gebeurt in overleg met collega’s ter plaatse en de familieagent zodat nabestaanden eerst geïnformeerd zijn. Er zijn uitzonderingen: bij vermoedelijke suïcide is de politie terughoudend met details en bij arbeidsongevallen ligt woordvoering vaak bij de Arbeidsinspectie. Elke zaak wordt op maat beoordeeld.