Bruls woest op burgemeesters die niet wilden handhaven tijdens corona
In dit artikel:
Hubert Bruls, burgemeester van Nijmegen en voorzitter van het Veiligheidsberaad, is maandag ruim drie uur verhoord door de Parlementaire Enquêtecommissie Corona. Bruls trad tijdens de coronacrisis op als zichtbaar nationaal gezicht en coördineerde namens 25 voorzitters van Veiligheidsregio's de uitvoering van kabinetmaatregelen op lokaal niveau.
Tijdens het verhoor uitte Bruls scherpe kritiek op collega-burgemeesters die begin 2022 publiekelijk verklaarden niet te zullen handhaven tijdens de laatste lockdown. Dat vond hij onacceptabel in een gedecentraliseerde eenheidsstaat: publiekelijk weigeren te handhaven schaadde de rechtsorde en zette collega’s in een lastig parket. Het argument dat inwoners zwaar waren belast, noemde hij onvoldoende rechtvaardiging.
Bruls schetst verder hoe het tempo van beleidsbesluiten vooral in de beginfase van de pandemie “ongehoord hoog” was. Gemeentebesturen moesten kabinetmaatregelen vaak direct omzetten in lokale noodverordeningen; dat leidde soms tot een race tegen de klok. Ook waarschuwde hij tegen te snelle versoepelingen door het kabinet in 2020, met name rond evenementen, en tegen het afschalen van nationale crisisstructuren ten gunste van regionale aanpakken, die in de praktijk complex bleken.
Over handhaving zei Bruls dat sommige maatregelen makkelijker te controleren waren dan andere: de avondklok vond het Veiligheidsberaad uiteindelijk verdedigbaar omdat die relatief overzichtelijk was om te handhaven, in tegenstelling tot afstandsregels. Hij benadrukte ook dat jongeren hard werden geraakt door sluitingen en dat de crisis zich ontwikkelde van een zuiver gezondheidsprobleem tot een brede maatschappelijke crisis. Daarom pleit Bruls ervoor bij een volgende crisis de leiding bij de minister-president of het ministerie van Justitie en Veiligheid neer te leggen, zodat alle belangen gebalanceerd aan bod komen.