Broodhaantjes en palmtakjes: wat is Palmpasen eigenlijk?
In dit artikel:
Vandaag trekken op veel plekken in Gelderland kinderen met een Palmpasenstok door het dorp: het is Palmpasen, de zondag vóór Pasen. Voor christenen luidt dit de ‘Goede’ of ‘Stille Week’ in — de laatste week van de vastenperiode waarin het lijden, de dood en de opstanding van Jezus centraal staan. Kerken zoals de Sint Franciscusparochie in Voorst, Apeldoorn en Twello noemen dit de belangrijkste week van het jaar; na Palmpasen volgen Witte Donderdag, Goede Vrijdag en Stille Zaterdag.
Palmpasen herinnert aan Jezus’ intocht in Jeruzalem, toen mensen volgens de Bijbel palmtakken uitspreidden. In Nederlandse kerken wordt die intocht nagevoeld met processies en gezegende takjes; omdat palmbomen hier ontbreken, gebruikt men vaak buxus. Veel gelovigen zetten zo’n palmtak later thuis achter een kruisbeeld.
Kinderen dragen traditioneel een Palmpasenstok: een kruisvormige stok versierd met crêpepapier en buxustakjes, en bovenop een broodhaantje. Dat haantje verwijst naar de haan die kraaide toen Petrus Jezus verloochende; het brood symboliseert het gebroken brood van Jezus. Soms hangen slingers met pinda’s en rozijnen aan de stok — twaalf pinda’s staan voor de twaalf apostelen, dertig rozijnen herinneren aan de dertig zilverlingen van Judas. Deze symbolen verbinden het kerkelijke verhaal met eenvoudige, zichtbare gebruiksvoorwerpen die kinderen en kerkgangers samen beleven.