Bekertrauma Danny Hoekman: 'Ik voel pijn als er een finale wordt gespeeld'
In dit artikel:
Danny Hoekman, 61 en oud-linksbuiten van NEC, blikt terug op decennia van teleurstellingen in de KNVB-beker en legt uit waarom hij nu juist gelooft dat de beker eindelijk naar Nijmegen kan komen. Hoekman groeide op met de bekerfinaal van 1973 in De Kuip (verlies tegen NAC) en zat tien jaar later in de selectie toen NEC opnieuw twee keer verloor van Ajax — destijds met Johan Cruijff in de gelederen. Latere kansen miste hij door pech: een zware blessure in 1988, een schorsing waardoor hij in 1994 niet mocht meedoen in De Kuip tegen Feyenoord, en het verlies in 2000 tegen Roda JC. Die reeks finale-nederlagen is voor hem een blijvend litteken: “Dat was heel pijnlijk,” zegt hij over de schorsing.
Toch is Hoekman optimistisch over de huidige generatie NEC-spelers. Hij prijst de ploeg als een attractief, aanvallend team met veel veerkracht en noemt de prestaties van dit seizoen overtuigend: overwinningen in halve finales en competitieduels tegen topclubs als PSV, Feyenoord en Ajax, plus twee zeges op AZ. Een voordeel ten opzichte van AZ ziet hij in hun Europese verplichtingen: AZ moet kort voor de finale nog tegen Shakhtar Donetsk spelen, waardoor hun focus volgens Hoekman verdeeld is en NEC zich de hele week op de beker kan richten.
Hoekman wijst ook op de invloed van trainer Dick Schreuder: het herkenbare, aanvallende spelbeeld ziet hij als een duidelijke hand van de coach en als basis voor succes. Tegelijk waarschuwt hij dat bekerfinales onvoorspelbaar blijven — spanning kan ervoor zorgen dat teams voorzichtig worden, eerdere finales zijn niet per se een goede graadmeter, en één incident zoals een rode kaart kan alles veranderen.
Samengevat: Hoekman, zelf nooit bekerwinnaar, verwacht dat NEC door zijn sterke collectief, vorm en focus ditmaal historisch succes kan boeken, maar benadrukt dat de finale een eenmalige, onvoorspelbare wedstrijd blijft.